Externe veiligheid kan een rol spelen bij de plaatsing van windturbines op een bedrijventerrein of in de buurt van een (gas)leiding en infrastructuur. Er zijn verschillende normen en richtlijnen waar naar gekeken moet worden: Het Handboek Risicozonering Windturbines, de Beleidsregel voor plaatsing op, in of over Rijkswaterstaatwerken, de AMvB Windturbines (begin 2011) en de AMvB Buisleidingen (najaar 2010).

 

Voor de plaatsing van windturbines nabij infrastructuur en gebouwen zijn heldere normen beschikbaar die vertaald zijn in minimale afstanden tot de windturbines. De plaatsing van windturbines nabij gevaarlijke stoffen (BEVI-installaties) en (gas)leidingen behoeft een uitgebreidere analyse.

 

Een windturbine in de directe omgeving van bijvoorbeeld een gastank kan een verhoogde faalkans van de gastank tot gevolg hebben. Met behulp van een kwantitatieve risico analyse (QRA) kan bepaald worden of de plaatsing van een windturbine een (on)acceptabele verhoging van de risico’s geeft. Bosch & Van Rijn voert deze risico analyses uit met behulp van het gestandaardiseerde programma SAFETI-NL van het RIVM. Vanaf januari 2008 is het pakket SAFETI-NL met bijbehorend rekenvoorschrift de aangewezen manier om de hoogte van de in het Bevi bedoelde risico's vast te stellen.