Nieuwsbrief februari 2026

In deze editie:
- Bosch & van Rijn: nieuwste lid bij Energy Storage NL
- De Energiewet en netcongestie
- De nieuwe WindStats poster

Bosch & van Rijn: nieuwste lid bij Energy Storage NL 
Wij zijn bij Bosch & van Rijn trots dat we nu officieel lid zijn van Energy Storage NL!

Energy Storage NL is een brancheorganisatie en kenniscentrum van de energieopslagsector. Als kenniscentrum verenigt Energy Storage NL verschillende stakeholders, inclusief netbeheerders, kennisinstellingen en technologiebedrijven, in één netwerk.

Wij kijken ernaar uit kennis uit te wisselen en samen te werken aan een duurzame, onafhankelijke en stabiele energievoorziening. Hartelijke dank aan Energy Storage NL voor de warme verwelkoming.

Benieuwd naar wat ons lidmaatschap inhoudt? Bezoek dan vooral de website energystoragenl.nl voor meer informatie.

Nieuwsbrief februari 26 - foto EOS

De Energiewet biedt nieuwe mogelijkheden om netcongestie te omzeilen 
Op 1 januari 2026 is de nieuwe Energiewet ingegaan. De wet bundelt de Elektriciteitswet (1998) en Gaswet (2000) en voert nieuwe regels voor de energiesector toe. Door de energietransitie stijgt de vraag naar elektriciteit, terwijl het aandeel van decentrale, duurzame energie zich flink uitbreidt. De nieuwe wet is noodzakelijk om zowel de stijgende energievraag te faciliteren als het overvolle stroomnet onder handen te nemen. De aanpak van de wet biedt belangrijke voordelen voor bedrijven. 

De Energiewet levert bedrijven meer flexibiliteit, regie en kansen op te midden van de energietransitie. Belangrijke voordelen zijn meer mogelijkheden voor energieopwekking, -opslag, en handel, contractuele vrijheid bij dynamische tarieven, en actieve deelname aan de energiemarkt. Deze mogelijkheden bieden kansen voor bedrijven om hun energiekosten te sturen en te verduurzamen.

Netcongestie en nieuwe contractvormen 
Een van de belangrijkste knelpunten in de energietransitie is netcongestie. Een groeiend probleem, waardoor de levering van energie niet voor iedereen meer vanzelfsprekend is. Ondernemers krijgen steeds vaker ‘nee’ te horen als ze een uitbreiding of nieuwe aansluiting aanvragen bij de netbeheerder. In oktober 2025 stonden zelfs grofweg 14.000 bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting op het stroomnet. 

De Energiewet biedt mogelijkheden voor nieuwe contractvormen en alternatieve transportrechten, zodat ondernemers en instellingen meer ruimte kunnen krijgen op hun aansluiting. Bij de meest gebruikelijke aansluit- en transportovereenkomst (ATO) is een vaste contractcapaciteit afgesproken tussen de netbeheerder en de afnemer. Voor meer flexibiliteit zijn inmiddels andere contractvormen mogelijk. Hieronder een overzicht van deze contractvormen:
- Non-Firm ATO
- Tijdsduur-gebonden
- Tijdsblok-gebonden
- Cable pooling
- Groepstransportovereenkomsten
- Gesloten distributiesysteem
 

Een Non-Firm ATO (niet-gegarandeerde Aansluit- en Transportovereenkomst) is een contractvorm zonder gegarandeerde transportcapaciteit. Dit betekent dat er geen doorlopende capaciteit wordt gedekt. Netbeheerders krijgen de optie het transport te verminderen tijdens piekmomenten in ruil voor goedkopere nettarieven.

Bij tijdsduur-gebonden en tijdsblok-gebonden contracten krijgen de afnemers van tevoren te horen hoeveel transportcapaciteit er beschikbaar is. Bij tijdsblok gebonden contracten krijgen afnemers tijdsblokken (vaak in de nachturen) waarin er transportcapaciteit is. Dit betekent dat via vastgelegde uren stroom af te nemen is buiten de piekuren. Deze contractvorm biedt lagere tarieven maar beperkt transport van stroom wel af tot specifieke tijden. Bij tijdsduur-gebonden contracten hebben de afnemers minimaal 85% van de tijd transportrecht. De netbeheerder laat uiterlijk een dag van tevoren weten of er tijdens de resterende 15% ook transportrecht beschikbaar is. Deze flexibele contractvorm biedt korting op de tarieven en zorgt voor minder netcongestie.

Een groep ondernemers met grootverbruik heeft ook de mogelijkheid op gedeelde contractvormen binnen het gecontracteerd vermogen. Cable pooling is hier een voorbeeld van. Bij cable pooling delen meerdere ondernemers één aansluiting, met een maximum van vier partijen. Deze techniek vereist één gezamenlijke ATO (aansluit- en transportovereenkomst) met de netbeheerder.

Een Groepstransportovereenkomst (GTO) zorgt ervoor dat bedrijven gezamenlijk netcapaciteit delen via één contract. Dit leidt tot duurzamer en efficiënter stroomgebruik. Een GTO is een belangrijke bouwsteen als een groep ondernemers een energiehub wil starten. Bij een energiehub kunnen ondernemers gezamenlijk de opgewekte en afgenomen energie verdelen.  

Deze contractvorm zorgt voor minder netcongestie en biedt snellere verduurzaming aan bedrijven zonder de noodzaak voor een zwaardere netaansluiting. Een belangrijk vereiste voor een GTO is dat de ondernemers verschillende dagelijkse energieprofielen hebben.

De laatste contractvorm is een gesloten distributiesysteem (GDS). Een GDS is een privaat netwerk, waarbij een eigen netwerk slechts één aansluitpunt heeft op het openbare net. De eigenaar van het gesloten distributiesysteem sluit zelf een aansluit- en transportovereenkomst met de netbeheerder. Doordat de verplichtingen van een openbare netbeheerder wegvallen, biedt een GDS meer controle over eigen opwek en opslag. Wel is een ontheffing van de ACM (Autoriteit Consument & Markt) vereist, waarbij strenge regels gelden voor beheer en transparantie.

Zo helpt Bosch & van Rijn: Voor individuele of groepen ondernemers maakt Bosch & van Rijn het energieprofiel inzichtelijk en op basis hiervan wordt een geschikte contractvorm uitgewerkt. Ook kan deze analyse inzicht bieden in de financiële haalbaarheid van energieopslag en -opwek. Wilt u meer weten: bel of mail monique@boschenvanrijn.nl of ludo@boschenvanrijn.nl

Nieuwsbrief februari 26 - foto bij Energiewet

Hij is er weer: de nieuwe WindStats poster 
Ook dit jaar presenteren we weer met trots de nieuwe poster met de huidige stand van zaken op het gebied van windenergie in Nederland.

Het aantal windturbines in Nederland is in 2025 minimaal toegenomen, concludeert Bosch & van Rijn op basis van gegevens van WindStats, de database over windenergie in Nederland. Het afgelopen jaar werden er 13 windturbines verwijderd en slechts 19 nieuwe geplaatst. Het totale opgestelde vermogen is met 79 MW toegenomen. Deze groei ligt enigszins op dezelfde lijn als vorig jaar maar laat een scherp contrast met 2023 zien, toen een recordtoename van circa 3.000 MW werd geregistreerd.

Hernieuwbare energie dekte maar liefst 57% van de totale elektriciteitsvraag. Dat is een stijging ten opzichte van 54% in 2024. In de eerste helft van 2025 produceerde Nederland 64 miljard kWh aan elektriciteit. Maar in dit halfjaar werd 3.000 GWh minder windenergie geproduceerd dan in de dezelfde periode van 2024. Dat komt doordat het zowel op land als op zee minder waaide.

Wél is in 2025 een flink aantal nieuwe energieprojecten begonnen, zoals de uitbreiding van het hoogspanningsnet bij Amsterdam-Zuidoost en Wijchen en drie projecten voor het landelijke waterstofnetwerk. Verder is in september 2025 het nieuwe ‘Actieplan windenergie op zee’ ingegaan. Dit actieplan garandeert dat er in 2026 voor 2.000 MW aan nieuw windenergievermogen wordt getenderd met subsidie. Dat is meer dan 40% van het huidige opgesteld vermogen op zee (4.748 MW). 

De poster is te bekijken en downloaden via onze website. Een gedrukte versie ontvangen? Mail info@boschenvanrijn.nl om een gratis poster te bestellen. Zolang de voorraad strekt!

Scherm­afbeelding 2026-02-11 om 13.58.18